Filip Vandenberghe Bestel

Bespreking van de recente fiscale wetten 2026

2,5 uur 109,00 €
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in personen- en vennootschapsbelasting. Hij doceert ruim twintig jaar fiscaliteit bij diverse beroepsverenigingen en geeft les in het post-graduaat Fiscale Wetenschappen aan de Brugge Business School en Syntra/SBM. Filip Vandenberghe is auteur van het referentiewerk Handboek Personenbelasting, uitgegeven bij Gompel & Svacina. Terug naar overzicht

Overzicht van nieuwe fiscale regels vanaf aanslagjaar 2026 en de gevolgen voor de aangiften personen- en vennootschapsbelasting

Dit seminarie geeft een overzicht van de recente fiscale hervormingen die hun impact hebben op de aangiften personenbelasting en vennootschapsbelasting vanaf aanslagjaar 2026. De regering wil het begrotingstekort verkleinen en verschuift daarom van fiscale gunstmaatregelen naar een systeem met minder aftrekken, meer controles en enkele gerichte stimulansen. Enkel de gepubliceerde wetgeving en uitvoeringsbesluiten komen aan bod, met aandacht voor hun praktische gevolgen voor belastingplichtigen en ondernemingen. Hier en daar wordt melding gemaakt van aangekondigde maatregelen. De opleiding behandelt achtereenvolgens de algemene context, de wijzigingen in de personenbelasting voor aanslagjaar 2026 en volgende, aanpassingen in de vennootschapsbelasting en diverse bijkomende bepalingen.

Eerst komt de begrotingssituatie aan bod en de geplande besparingen, waaronder een toekomstige meerwaardebelasting en het verplicht mobiliteitsbudget. Daarna volgen de reeds gepubliceerde wetten die de basis vormen voor de nieuwe regels, zoals de programmawet en diverse bepalingen die bestaande voordelen beperken of harmoniseren.

Vervolgens worden de wijzigingen in de personenbelasting besproken. Studenten mogen meer uren werken en hogere inkomsten behouden zonder verlies van tenlasteneming. Relance-uren en overwerk blijven fiscaal gunstig. Nieuwe regels bepalen dat carried interest als roerend inkomen wordt belast en een exitheffing ook voor aandeelhouders kan gelden. De autofiscaliteit evolueert verder richting elektrificatie, maar zelfstandigen krijgen tijdelijk soepelere regels voor plug-inhybrides. Voor vastgoed verdwijnt de federale intrestaftrek op tweede woningen, wat de belastingdruk verhoogt. Tegelijk stijgen de inkomensgrenzen voor kinderen ten laste en flexi-jobs, terwijl onderhoudsuitkeringen minder aftrekbaar worden en meerdere belastingverminderingen verdwijnen.

Daarna volgen maatregelen die later ingaan in de personenbelasting, zoals hogere maaltijdcheques, een lagere minimumleeftijd voor studentenarbeid en de hervorming van de pensioenbonus met mogelijke malus.

In de vennootschapsbelasting worden liquidatiereserve en VVPRbis op elkaar afgestemd, wordt de DBI-aftrek strenger voor grote ondernemingen en wijzigt de groepsbijdrageregeling. Ook investeringsaftrek en DBI-BEVEK krijgen aanpassingen.

Tot slot komen diverse bepalingen aan bod: strengere controle via het centraal aanspreekpunt, uitbreiding van de effectentaks, een nieuwe regularisatieronde en hogere bijdragen op aanvullende pensioenen.

De opleiding toont hoe de fiscaliteit verschuift van stimulering naar budgettaire consolidatie. Wie de aangiften personen- en vennootschapsbelasting correct wil voorbereiden en klanten tijdig wil adviseren, krijgt hier een noodzakelijk overzicht van de nieuwe realiteit.