Actualisatie van de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2026 met focus op gezinslasten, studentenarbeid, bezoldigingen en hun fiscale impact.
Deze opleiding behandelt de belangrijkste fiscale actualiteiten voor aanslagjaar 2026 inzake personalia, gezinslasten, onroerende inkomsten en bezoldigingen. Hoewel er geen ingrijpende hervormingen plaatsvinden, zorgen talrijke gerichte aanpassingen voor een merkbare impact op de belastingdruk van gezinnen, werknemers, studenten, werkgevers en zelfstandigen. De opleiding verduidelijkt hoe nieuwe grenzen, vrijstellingen en administratieve standpunten moeten worden toegepast en welke aandachtspunten in de praktijk tot fiscale voor- of nadelen kunnen leiden. Daarbij komen achtereenvolgens gezinslasten, zorgsituaties, onroerende inkomsten, bijzondere belastingstelsels, voordelen van alle aard, niet-belastbare inkomsten en praktische vraagstukken aan bod.
Eerst wordt uitgebreid stilgestaan bij de hervormingen rond personen ten laste. De grens voor netto-bestaansmiddelen stijgt aanzienlijk en wordt voortaan losgekoppeld van de gezinssituatie. Tegelijk worden leefloongerechtigden uitgesloten als persoon ten laste, terwijl personen met een handicap extra bescherming behouden via specifieke vrijstellingen. Ook de behandeling van doctoraats- en postdoctoraatsbeurzen wijzigt, waardoor bepaalde onderzoekers niet langer fiscaal ten laste kunnen blijven. Verder scherpt de wetgever de regels rond beroepsinkomsten van kinderen aan en wordt het terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen bevroren.
Vervolgens komt studentenarbeid uitgebreid aan bod. Het aantal toegelaten uren en het deel van de inkomsten uit studentenarbeid dat buiten beschouwing wordt gelaten bij de berekening van de bestaansmiddelen, stijgt. Hierdoor kunnen studenten meer verdienen zonder het statuut van persoon ten laste te verliezen. Ook de leeftijdsvoorwaarden worden versoepeld. Daarnaast bespreekt de opleiding de fiscale behandeling van oudere familieleden ten laste, de uitdovende overgangsregeling voor mantelzorgsituaties en de voorwaarden voor verhoogde belastingvrije sommen. De fiscale gevolgen inzake zorgwoningen tonen aan dat Vlaamse en federale regelgeving niet altijd perfect op elkaar aansluiten.
Bij de onroerende inkomsten ligt de focus op indexeringen, correctiefactoren voor buitenlandse onroerende goederen en verminderingen van de onroerende voorheffing. Een interessante ruling verduidelijkt bovendien dat een gehuurde woning administratief kan worden gebruikt voor een bijberoep zonder dat de verhuurder daardoor automatisch zwaarder wordt belast.
Het luik bezoldigingen behandelt het gunstiger regime voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers, waarbij hogere vrijgestelde kostenvergoedingen en lagere inkomensdrempels de aantrekkelijkheid van België zouden moeten versterken. Verder bespreekt de opleiding de fiscale behandeling van verduisterde gelden en de aftrekbaarheid van terugbetalingen. Bij de voordelen van alle aard komen bedrijfswagens, laadkosten, microcars, plug-in hybrides, debetintresten, bewoning van vennootschapsvastgoed, telefonie en bedrijfsfietsen aan bod. Tot slot worden de verruimde mogelijkheden voor flexi-jobs, mobiliteitsvoordelen, woon-werkverkeer en vrijwilligersvergoedingen toegelicht.
De opleiding biedt een praktisch overzicht van uiteenlopende fiscale wijzigingen die op het eerste gezicht beperkt lijken, maar in concrete dossiers een aanzienlijke impact kunnen hebben.
Door de combinatie van wetgeving, administratieve standpunten, rechtspraak en praktijkvoorbeelden vormt deze sessie een waardevolle update voor iedereen die fiscale aangifte personenbelasting voor het aanslagjaar 2026 correct wil voorbereiden en fiscale opportuniteiten tijdig wil herkennen.