Inzicht in de fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen en roerende inkomsten binnen de aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2026
Deze opleiding behandelt de meest recente ontwikkelingen in de personenbelasting voor aanslagjaar 2026, met focus op ontvangen onderhoudsuitkeringen en inkomsten uit roerende goederen. Zowel wetswijzigingen als actuele rechtspraak, parlementaire vragen en administratieve standpunten worden besproken. Daarbij komen de hervorming van de fiscale behandeling van onderhoudsgelden, de evolutie van verlaagde tarieven voor dividenden, de regels rond liquidatiereserves en VVPRbis-aandelen, de nieuwe exitbelasting voor aandeelhouders, carried interest, auteursrechten en diverse recente gerechtelijke uitspraken aan bod. De opleiding sluit af met een aantal praktijkgerichte vragen en antwoorden.
Eerst wordt uitgelegd hoe de fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen wijzigt. De aftrekbaarheid van betaalde onderhoudsgelden wordt stapsgewijs afgebouwd, terwijl ook de belastbaarheid bij de ontvanger evenredig vermindert. De cursus benadrukt dat deze wijziging eveneens geldt voor bestaande onderhoudsverplichtingen, wat gevolgen kan hebben voor vroegere echtscheidingsdossiers. Vervolgens komt cassatierechtspraak aan bod waaruit blijkt dat onderhoudsgelden belastbaar blijven, zelfs wanneer partijen overeenkomen dat de betaler geen fiscale aftrek zal toepassen.
Daarna worden de roerende inkomsten behandeld. De opleiding bespreekt nieuwe codes in de aangifte, waaronder het tijdelijke tarief van 6,5% dat verband houdt met uitkeringen van liquidatiereserves. Uitgebreid wordt stilgestaan bij de verschillen tussen oude en nieuwe regimes voor liquidatiereserves en VVPRbis-dividenden. Ook de impact van huwelijksvermogensstelsels krijgt aandacht. Een huwelijk op zich tast de VVPRbis-voorwaarden niet aan, maar een inbreng van aandelen in een huwelijksgemeenschap kan wel leiden tot verlies van het gunstige regime. Verder verduidelijken rulings en parlementaire vragen hoe aandelensplitsingen, schenkingen en verrekenbedingen fiscaal worden beoordeeld.
De nieuwe exitbelasting wordt toegelicht. Wanneer een Belgische vennootschap haar zetel naar het buitenland verplaatst, ontstaat voortaan niet alleen een fiscale afrekening in de vennootschapsbelasting, maar ook een fictief liquidatiedividend voor natuurlijke personen als aandeelhouder. De cursus bespreekt de praktische moeilijkheden, de kritiek van de Raad van State en de vele open vragen rond de uitvoering van deze regeling. Daarnaast komen parlementaire standpunten over beleggingsvennootschappen en de invoering van een specifiek fiscaal regime voor carried interest aan bod, waarbij dergelijke vergoedingen voortaan als roerende inkomsten tegen een afzonderlijk tarief worden belast.
Tot slot analyseert de opleiding recente rechtspraak rond verhuur van roerende goederen. Daarbij staat de kwalificatie als beroepsinkomen of roerend inkomen centraal. Ook het vernieuwde auteursrechtenstelsel wordt kort toegelicht, met aandacht voor de bewijslast en de voorwaarden om van het gunstige regime te kunnen genieten.
De opleiding biedt zo een grondige en actuele leidraad voor belastingplichtigen en fiscale professionals die de nieuwste regels, risico’s en opportuniteiten binnen de personenbelasting correct willen toepassen.