Actualisering van de fiscaliteit voor zelfstandigen en bedrijfsleiders in het kader van de aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2026
Deze opleiding behandelt het tweede deel van de aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2026 en bespreekt de belangrijkste fiscale actualiteiten rond diverse inkomsten, bezoldigingen van bedrijfsleiders, winsten en baten uit zelfstandige activiteiten, autofiscaliteit, investeringsaftrek en verrekenbare belastingkredieten. De cursus legt de nadruk op nieuwe wetgeving, rechtspraak en administratieve standpunten die een rechtstreekse impact hebben op de fiscale aangifte. Daarbij komen zowel nieuwe Europese rapporteringsverplichtingen als hervormingen van bestaande fiscale stimulansen aan bod. De opleiding behandelt achtereenvolgens diverse inkomsten, bezoldigingen van bedrijfsleiders, winsten in het algemeen, auto- en vervoerkosten, investeringsaftrek, baten uit winstgevende bezigheden, verrekenbare bestanddelen voor zelfstandigen en afsluitende praktijkvragen.
In het vak Diverse Inkomsten wordt de groei van de deeleconomie besproken en de fiscale grenzen waarbinnen inkomsten uit dergelijke activiteiten gunstig belast blijven. Vervolgens wordt de DAC8-richtlijn toegelicht, die aanbieders van cryptodiensten verplicht om gegevens automatisch uit te wisselen met belastingadministraties binnen de Europese Economische Ruimte. Daarnaast analyseert de spreker recente rechtspraak over meerwaarden op aandelen, waarbij het Hof van Cassatie belangrijke verduidelijkingen heeft gegeven over het onderscheid tussen normaal beheer van privévermogen en belastbare speculatieve verrichtingen. Ook de nieuwe meerwaardebelasting op aandelen wordt in haar toekomstige context geplaatst.
Vervolgens wordt de fiscale positie van bedrijfsleiders besproken. Daarbij komen de bedrijfsfiets, rentevoeten op rekening-courantverhoudingen en de fiscale behandeling van vergoedingen aan familieleden aan bod. Recente rechtspraak verduidelijkt wanneer kosten ten laste van de bedrijfsleider dan wel van de vennootschap komen. Ook autokosten, verliezen die via een rekening-courant worden gedragen en beroepskosten verbonden aan een thuisbureau krijgen een uitgebreide toelichting.
Daarna verschuift de aandacht naar winsten uit zelfstandige activiteiten. De cursus bespreekt het einde van verschillende forfaitaire grondslagen en de gevolgen voor voorraadwaardering en winstbepaling. Verder komen digitale facturatie via Peppol, de tijdelijke verhoogde kostenaftrek voor digitaliseringsuitgaven en de afschaffing van diverse fiscale voordelen, zoals de verhoogde aftrek voor fietsenstallingen, aan bod.
Ook de hervorming van de autofiscaliteit anno aanslagjaar 2026 en volgende wordt toegelicht. Daarbij wordt uitgelegd hoe de vergroening van het wagenpark verder wordt doorgedreven. Klassieke voertuigen verliezen hun fiscale aantrekkelijkheid, terwijl voor plug-in hybrides een aangepast overgangsregime geldt. De cursus bespreekt de nieuwe CO2-normen, de aftrekbaarheid van brandstof- en elektriciteitskosten en de verschillen tussen eenmanszaken en vennootschappen.
Verder behandelt de opleiding de hervorming van de investeringsaftrek. Het systeem wordt opgebouwd rond een basisaftrek, een thematische aftrek en een technologieaftrek, elk met eigen voorwaarden en percentages. Digitale investeringen genieten daarbij bijzondere aandacht. Tot slot komen het kostenforfait voor bepaalde baten, de verlenging van erkenningen binnen de gezondheidssector, fiscale maatregelen voor zelfstandige kinderopvang en diverse belastingkredieten voor zelfstandigen aan bod.
Deze opleiding biedt een volledig overzicht van de actuele fiscale ontwikkelingen die zelfstandigen, bedrijfsleiders en adviseurs rechtstreeks raken. Door de combinatie van nieuwe wetgeving, praktijkvoorbeelden en recente rechtspraak vormt zij een waardevolle leidraad om de aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2026 in te vullen, fiscale opportuniteiten correct te benutten en risico’s tijdig te herkennen.